Bewustzijn en ademhaling

Nadat je hebt gezorgd voor de veiligheid van jezelf, van het slachtoffer en van de omstaanders, ga je na hoe erg het slachtoffer eraan toe is. Dat doe je in drie stappen: controleer het bewustzijn, maak de luchtweg vrij en ga na of het slachtoffer normaal ademt.

Controleer het bewustzijn

Ga na of het slachtoffer nog reageert:

  • Schud zachtjes aan de schouders.
  • Vraag luid: “Gaat het?”

Wat stel je vast?

Reageert het slachtoffer? Er zijn twee mogelijkheden:

1. Het slachtoffer reageert (bijvoorbeeld door te antwoorden of ogen te openen. Hij is bewust.

Wat doe je?

  • Laat het slachtoffer liggen in de houding waarin je hem of haar gevonden hebt. Verplaats hem of haar alleen als er gevaar dreigt.
  • Probeer te weten te komen wat er mis is met het slachtoffer.
  • Haal hulp.
  • Controleer regelmatig het bewustzijn en de ademhaling van het slachtoffer.
  • Blijf bij het slachtoffer en praat ermee.
  • Leg voorzichtig uit wat er gebeurd is en wat er nog gaat gebeuren. Luister naar het slachtoffer en troost hem of haar.

2. Het slachtoffer reageert niet. Hij is bewusteloos.

Wat doe je?

  • Vraag een andere leid(st)er om je te helpen.
  • Als je bij de controle van het bewustzijn duidelijk merkt dat het slachtoffer normaal ademt (bijvoorbeeld zichtbare beweging van de borstkas, hoorbare ademhaling), dan moet je hem of haar niet op de rug draaien. Leg hem of haar wel meteen in stabiele zijligging.
Maak de luchtweg vrij

Bij een bewusteloos slachtoffer verliezen de spieren hun spanning. Het gevaar bestaat dat de tong in de keelholte zakt, waardoor het slachtoffer niet meer kan ademen. Je kan dit gevaar uitschakelen door het hoofd achterover te kantelen en de kin omhoog te tillen.

Controleer de ademhaling

Ga na of het slachtoffer normaal ademt. Breng je oor en wang dicht bij de mond en de neus terwijl je naar de borstkas kijkt. Houd het hoofd tijdens deze controle naar achteren gekanteld.

  • Kijk of de borstkas op en neer gaat.
  • Luister aan de mond en de neus of je ademhalingsgeluiden hoort.
  • Voel met je wang of er lucht uit de mond en neus van het slachtoffer komt.

Doe dat maximaal tien seconden.

Wat stel je vast? Ademt het slachtoffer? Er zijn twee mogelijkheden:

1. Reageert niet maar ademt wel normaal.

Wat doe je?

2. Reageert niet en ademt niet normaal.

Wat doe je?

  • De reanimatie van het slachtoffer moet gestart worden. Is er een leid(st)er in de groep die dat kan? Laat hem of haar de reanimatie starten. Kan niemand van jouw groep dat? Vraag een omstaander je te helpen. Zijn er geen omstaanders of kan niemand reanimeren, wacht dan op 112.
  • Laat onmiddellijk iemand de hulpdiensten verwittigen via het nummer 112.

Als je niet helemaal zeker bent of een slachtoffer nog ademt, handel dan alsof hij niet meer ademt.

Tip: reanimeren is niet moeilijk. Je kan het leren bij Rode Kruis-Vlaanderen. Meer informatie vind je op www.rodekruis.be.