FAQ

De (verkeers-)veiligheid van je groep fietsers of stappers is geen wetenschap. Bij het garanderen van de (verkeers-)veiligheid van je groep fietsers of stappers, speelt de specifieke situatie waarin jullie zich bevinden natuurlijk een belangrijke rol. Deze webstek probeert je zo goed mogelijk de weg te wijzen doorheen de wegcode en andere aanbevelingen. Maar ook je ‘gezond boerenverstand’ kan je zeker verder helpen. Toch blijf je misschien met vragen zitten zoals: ‘Wat als?’, ‘Deed ik dat wel zoals het hoort?’ of ‘Hoe zit dat ook alweer?’… Hieronder kan je alvast een heel pak vragen én antwoorden vinden die andere jeugdleid(st)ers ons eerder stelden.

Kijk vooruit

  • Vanaf welke leeftijd mogen we leden zonder begeleiding op pad sturen?

    Is er één vaste regel? Niet echt. Alle jeugdbewegingen geven wel duidelijk aan dat de allerjongste groepen (zeker jonger dan het vijfde leerjaar) niet zonder begeleiding op weg kunnen. De minimale leeftijdsgrens varieert wel wat (zo is een groep zonder begeleiding voor KLJ niet mogelijk onder de 16 jaar). Raadpleeg dus je nationale koepel als je twijfelt over jouw regel rond deze leeftijdsgrens. Voor elke groep die op stap gaat zonder begeleiding wijzen al de jeugdbewegingen op het belang van een verantwoorde keuze én de nodige inspanningen om die groep voldoende voor te bereiden en op te volgen tijdens de tocht. Hoe? Hier kan je de nodige tips vinden.

  • Welke voorbereidingen helpen ervoor te zorgen dat ik niet verantwoordelijk gesteld word als er een ongeluk gebeurt?

    Als het fout loopt zal onderzocht worden wie daarvoor verantwoordelijk is. Ook als leider of leidster kan je dan (mee) ‘aansprakelijk’ gesteld worden. Dat wil zeggen dat er een verband moet zijn tussen de schade en een gemaakte fout. In de jeugdbeweging heb je een goede verzekering, maar toch moet je kunnen aan tonen dat je de activiteit (zoals een tocht) goed voorbereid hebt en dat je ook voldoet aan je toezichtsplicht. Deze website wil die goede organisatie en je toezichtsplicht net concreet maken. Lees dus goed alle info en aanbevelingen door…

  • Vanaf welke leeftijd kan je met je leden activiteiten doen met de fiets

    Kinderen tot 10 jaar zijn vaak nog onzeker op de fiets. Dan is het geen goed idee om in groep met de fiets de baan op te gaan. Ook in oudere leeftijdsgroepen kunnen sommigen (nog) niet zo goed fietsen. Vraag dat goed na. Ook een fietsvaardigheidsoefening kan een goed idee zijn. Let eveneens op de afstand: oudere kinderen kunnen makkelijker een verdere afstand aan. We denken dat 12 jaar een minimumleeftijd is.

  • Hoe ver mogen we een (fiets)tocht zoal maken voor de verschillende leeftijdsgroepen?

    Opgroeiende kinderen mag je niet te zwaar lichamelijk belasten. Concrete afstanden bepalen is moeilijk. Hou rekening met de zwakste deelnemer aan je fietsactiviteit, zo hou je het alvast voor iedereen leuk. Bepaal de afstand dus op basis van de leeftijd van het kind en van de omstandigheden als zwaarte van het terrein, het weer en de fiets.

  • Mag je kinderen op dropping sturen zonder begeleider?

    Dropping zonder begeleiding doe je beter niet. In de jeugdbeweging hanteren we volgende afspraken: -12- jarigen mogen NIET gedropt worden. 12- tot 14-jarigen mogen overdag gedropt worden mét begeleiding en over een beperkte afstand. 14- tot 16-jarigen mogen overdag en ’s avonds gedropt worden mét begeleiding. Hier kan je nog heel wat tips vinden!

  • Hoeveel leiding stuur ik mee met mijn groep?

    Een grote groep vraag natuurlijk meer dan één leid(st)er. Vertrek dus enkel als je voldoende begeleiding klaar hebt staan voor je groep. Een basisregel voor het aantal begeleiding is er niet. Dat hangt immers af van de samenstelling van je groep (leeftijd, verantwoordelijkheidsgevoel, ...).

    We geven toch volgende aanbeveling mee: 1 leider op 8 leden van een groep is een goed richtgetal, zeker voor jongere groepen. Voorzie bovendien minstens 2 leid(st)ers voor de groep (of, als dat door omstandigheden moeilijk is, een tweede leid(st)er vlot te kunnen betrekken mocht er iets mislopen (bereikbaar – in de nabijheid)).

  • ‘Oversteek-helpers’, hebben we dat ook nodig ? En welke opleiding moeten die dan volgen?

    Met ‘oversteek-helpers’ bedoel je waarschijnlijk de gemachtigd opzichters die je ook soms rond scholen ziet. Zij moeten inderdaad een opleiding volgen en ook voor het oversteken aan je lokaal zou je dat kunnen overwegen. Die opleiding wordt vaak door de gemeente georganiseerd. In de wegcode wordt echter ook gesproken over een ‘groepsleider’. Zij hebben een specifiek statuut. Een opleiding is zelfs niet nodig. Duidelijk is wel dat een groepsleid(st)er ‘verantwoordelijkheid’ opneemt voor de groep en de verplaatsing dus zoals het hoort ‘organiseert en begeleidt’.

  • Laat je aan iemand je route weten voor tochten? Wat moet die dan allemaal weten?

    Voor een grotere tocht met je groep is het altijd een goed idee om je route ook bij een contactpersoon op het thuisfront te laten weten. Zorg ook voor de nodige contactgegevens (telefoonnummers) en neem een gsm mee op tocht. Hier lees je nog veel meer over hoe je bij de voorbereiding van een tocht ook rekening moet houden met een mogelijk ongeval.

Op weg

  • Mag je in bepaalde omstandigheden of onder een bepaalde leeftijd op het voetpad fietsen?

    Inderdaad. Jonge fietsers van jonger dan 9 jaar mogen altijd (en dus ook als er een fietspad is) op het voetpad fietsen. Let op, de wielen van hun fiets mogen een diameter van ten hoogste 500 millimeter hebben, banden niet inbegrepen. Ze mogen natuurlijk ook geen andere weggebruikers in gevaar brengen.

  • Mag ik als leid(st)er van een groep overal met een C3-bordje het verkeer laten stoppen om mijn groep te laten oversteken?

    Dat mag je enkel als wegkapitein bij een groep fietsers. Let op, een wegkapitein is minstens 21 jaar en draagt naast een hesje ook een armband in de Belgische driekleur. Als leider van een groep te voet mag je het C3-bordje mee dragen, maar niet gebruiken om het verkeer stil te leggen. Al blijft het een handig bordje om je groep wandelaars wat extra zichtbaarheid te geven door het bij het oversteken goed hoog in de lucht te steken.

  • Welk eerste hulpmateriaal neem ik best mee als ik op tocht ga?

    Als je met een groep op uitstap gaat, zowel te voet als met de fiets, neem je het best wat eerste hulpmateriaal mee. Een ongeval(letje) is immers snel gebeurd. Denk maar aan een schaafwonde na een valpartij of blaren op de voeten na een lange tocht te voet. De inhoud van een eerstehulprugzak voor op uitstap is in een handige checklist opgenomen. Zorg ervoor dat iedere groep steeds één tas bij zich heeft. Iedere groep heeft het best ook een gsm bij zich, zodat er hulp kan verwittigd worden. Kies voor een rugzak met verschillende zakjes of een heuptasje. Dat is makkelijk te dragen en overzichtelijk.

  • We gaan met onze groep van 10 man op stap en moeten langs een aantal wegen zonder voetpad. Aan welke kant van de weg moeten wij juist wandelen?

    Met tien wandelaars en een leider ben je een groep. Je mag dan dus per twee rechts op de rijbaan stappen (neem niet meer dan de helft van de rijbaan in). Toch raden we aan om, zeker op een drukke weg, links achter mekaar op de rijbaan te wandelen. Links is je zichtbaarheid immers wat groter. Een bocht of een andere hindernis kan er dan weer voor zorgen dat je toch weer het best rechts gaat lopen. Maak je keuze steeds bewust en in functie van de veiligheid van je groep. Let op, links stap je nooit naast mekaar, maar altijd achter elkaar!

  • We zijn met een grote groep op stap en steken over aan een zebrapad. We zijn volop aan het oversteken (een deel van de groep is al over, een ander deel staat nog voor het zebrapad) wanneer het licht op rood springt. Wat moeten we doen?

    Als het licht op rood springt mogen enkel diegenen die zich al op het zebrapad bevinden nog oversteken. De rest wacht tot het opnieuw groen wordt.

  • Mag je ook oranje of gele lichtjes gebruiken als je geen rode of witte hebt?

    De wetgever spreekt over een wit of geel lampje vooraan. Rood blijft rood.

  • Ben je verplicht om alle kindjes van reflecterende hesjes te voorzien?

    Reflecterende hesjes zijn niet verplicht voor groepen stappers of fietsers. Ze zijn wel heel erg aan te raden. Het is aangewezen om iedereen een hesje te laten dragen, zo vermijd je bovendien discussie.

  • Klopt het dat je groep niet groter mag zijn dan 50 personen als je fietst?

    Een groep fietsers mag niet groter zijn dan 150. Toch raden we aan om je groep inderdaad niet groter te maken dan 50. Meer dan 50 mag, maar dan moet je voor verplichte wegkapiteins en begeleidende wagens zorgen.

  • Wandel je nu mee met het verkeer of tegen het verkeer in?

    Kies eerst en vooral altijd voor het voetpad, links of rechts. Is dat er niet? Dan mag je zelfs op het fietspad stappen (met weliswaar voorrang voor fietsers), links of rechts. Moet je de rijbaan op omdat het niet anders kan, dan stap je als individuele wandelaar (tot vijf stappers) links (achter mekaar) en dus tegen het verkeer in. In groep mag je rechts de rijbaan op. Dan stap je met het verkeer mee en wordt je groep ook aanzien als ‘een voertuig’. Je mag dan per twee stappen en tot de helft van de rijbaan innemen. Toch raden we je aan om zeker op een drukkere weg ook in groep links achter mekaar te stappen (behalve als de zichtbaarheid of de veiligheid van je groep anders vraagt).

  • Is een hoofdzaklamp ook voldoende als fietslicht?

    Ja. Verlichting mag ook aan het lichaam bevestigd worden (ook bijvoorbeeld aan een rugzak), maar moet daarbij goed zichtbaar zijn. Zorg er wel voor dat je daarbij niemand kunt verblinden.

  • Wanneer mag je met twee naast elkaar fietsen?

    Op de rijbaan mogen fietsers nooit met meer dan twee naast elkaar rijden. Kruisend verkeer moet daarbij steeds vlot door kunnen. Buiten de bebouwde kom moeten fietsers bovendien achter elkaar gaan rijden als achterkomend verkeer nadert. Als groep fietsers mag je altijd per twee fietsen, behalve als je daarbij meer dan de helft van de rijbaan zou innemen. Hier lees je meer over de wegcode voor het fietsen in groep.

  • Moet de leiding altijd een fluohesje dragen als je op uitstap gaat?

    Een reflecterend hesje is niet verplicht. Toch raden we dat echt heel sterk aan, zowel bij leiding en leden. Als leiding heb je een sterke voorbeeldrol… door zelf het hesje te dragen geef je dus een krachtig signaal.

  • Moet ik een rood lampje dragen als ik achteraan de groep loop, en vooraan een wit?

    Bij slechte zichtbaarheid (duisternis of mist, waarbij het niet meer mogelijk is om duidelijk te zien tot een afstand van 200 meter) moet een groep (met of zonder begeleiding) verplicht verlicht zijn: De groep loopt links op de rijbaan: rood licht rechts vooraan, wit licht rechts achteraan (!). De groep met begeleiding loopt rechts op de rijbaan: wit licht links vooraan, rood licht links achteraan. Is de groep lang, dan is het bovendien verplicht om op de flanken bijkomende witte lichten te voorzien die in alle richtingen zichtbaar zijn.

  • Als we geen fluovestjes dragen, zijn we dan niet verzekerd?

    Fluohesjes zijn niet wettelijk verplicht. Natuurlijk is het wel zo dat ze sterk aanbevolen zijn en dus ook wijzen op je preventieve inspanningen als begeleider van je groep. De verzekeraar zal de hesjes dus ook sterk aanraden.

  • Steek ik met mijn groep stappers over op een lange rij of toch achter elkaar?

    Oversteken doe je onder dezelfde voorwaarden als wanneer je alleen bent. Kies een plaats waar je een goed uitzicht hebt en waar je door de naderende bestuurders kunt worden gezien. Doe dat bij voorkeur aan een zebrapad. Stop vóór het oversteken zodat iedereen goed kan aansluiten. Kijk als leid(st)er goed uit en steek pas over als het aankomende verkeer (ruim) voldoende tijd heeft om voor je groep te stoppen. Aankomend verkeer mag je (goed aaneengesloten) groep niet doorbreken. Met een kleine groep kan je eventueel overwegen om naast mekaar wat sneller over te steken… Neem nooit risico’s! Aan verkeerslichten steek je natuurlijk enkel over bij groen. Aan een zebrapad moet je voorrang krijgen van de naderende bestuurders. Reken daar echter niet op en kijk altijd goed uit.

  • Welke afspraken maken we het best voor we met de groep vertrekken?

    SAVE-man heeft enkele duidelijke afspraken klaar voor je groep stappers of fietsers:

    • Blijf tussen de leiding vooraan en achteraan.
    • Sluit goed aan.
    • Stop, ook midden in de groep, bij rood licht.
    • TE VOET > het voetpad. Toch op de weg? Links achter elkaar*
    • MET FIETS > het fietspad. Toch op de weg en <15 fietsers? Rechts achter elkaar* Toch op de weg en 15 – 50 fietsers? Rechts per twee*

    *Tenzij de leiding anders aangeeft

  • Hoe fiets je als groep in een éénrichtingstraat?

    Ook als groep fietsers moet je uiteraard de richting kiezen die in de straat werd toegelaten (al krijgen fietsers soms met een onderbord toch een uitzondering). Vaak is een éénrichtingstraat erg smal. Als groep mag je nooit meer dan de helft van de rijbaan innemen. Dat wil zeggen dat je in de meeste éénrichtingstraten het best achter mekaar gaat fietsen. Doe dat zeker als je (als dat mag) tegen de rijrichting van auto’s in zou rijden. Kruisend verkeer moet vlot voorbij kunnen.

  • Is een fietshelm verplicht? Telt dat mee bij verzekeringen?

    De fietshelm is niet verplicht, maar natuurlijk wel aangeraden. Een helm vermindert het risico op een hoofdletsel sterk en dus zijn ook verzekeraars fan.

  • Mag je iemand meenemen achteraan op je fiets? Zijn er daar voorwaarden aan verbonden?

    Zonder fietsstoel is het verboden iemand mee te nemen op je bagagedrager.

  • Wat is een wegkapitein?

    Een wegkapitein is iemand die tijdens de fietstocht in groep waakt over het goede verloop en de verkeersveiligheid van de tocht. De wegkapiteins kunnen het verkeer stilleggen door gebruik te maken van het verkeersbord C3. De andere weggebruikers moeten de aanwijzingen van de wegkapiteins opvolgen.

    Op kruispunten, waar het verkeer niet geregeld wordt door verkeerslichten, mag ten minste één van de wegkapiteins het verkeer in de dwarswegen stilleggen, terwijl de groep (en eventueel de twee begeleidende voertuigen) oversteekt. Op kruispunten met verkeerslichten mag de wegkapitein het verkeer NIET regelen.

    Voorwaarden:

    • Moet ten minste 21 jaar zijn
    • Moet om de linkerarm een band dragen met, horizontaal, de nationale kleuren (zwart, geel, rood) en in zwarte letters op de gele strook het woord ‘wegkapitein’.
    • Moet in het bezit zijn van een verkeersbord type C3

    Meer weten over 'groepsleider' of 'gemachtigd opzichter'? Je leest het HIER.

In nood

  • Kan ik met mijn gsm naar 100 bellen als er een ongeval is op straat?

    Dat kan zeker. Je kan zowel met je gsm als met een vast telefoontoestel bellen naar 100 of naar 112. Via het telefoonnummer 100 verwittig je een ziekenwagen of de brandweer. Bij een ongeval is vaak ook tussenkomst van de politie noodzakelijk (om het verkeer te regelen, de nodige vaststellingen te doen…). Je alarmeert de politie via het nummer 101. Makkelijker, efficiënter en vooral sneller is om alle hulpdiensten te verwittigen via één telefoontje naar het noodnummer 112. Het bellen van dit nummer is gratis (je kan dus zelfs bellen als je geen belkrediet hebt). Ook met een slechte gsm-ontvangst kan je vaak wel nog het nummer 112 bereiken. Je kan ernaar bellen in alle landen van de Europese unie. Hier lees je nog veel meer over hoe je moet reageren in een noodsituatie.

  • Wat doe ik met de rest van de groep als één deelnemer gewond is tijdens een tocht?

    Als één deelnemer gewond raakt tijdens een tocht, duid dan twee begeleiders aan die de verzorging op zich nemen. Kies bij voorkeur voor begeleiders die kennis hebben van eerste hulp. Zij kunnen naar het slachtoffer toegaan, nagaan wat er aan de hand is, het bewustzijn en de ademhaling van het slachtoffer controleren, de hulpdiensten verwittigen als dat nodig is en verdere hulp toepassen (wonden verzorgen, bloedingen stelpen…). Deze begeleiders oordelen ook of verplaatsing van het slachtoffer noodzakelijk is in functie van de veiligheid. Zorg ervoor dat de andere begeleiders de niet-gewonde kinderen verzamelen en naar een veilige plaats brengen. Geef hen zo nodig uitleg over wat er is gebeurd, en wat er nog zal gebeuren. Probeer voor afleiding te zorgen door bijvoorbeeld broekzakspelletjes te spelen. Je kan er ook voor kiezen om, in functie van de ernst van de verwondingen van het slachtoffer en na overleg met de hoofdleiding, de tocht verder te zetten.

  • Wat moet je doen bij een ongeval? En hoe zit dat dan met signalisatie en zo?

    Als je te voet of met de fiets op tocht gaat bestaat de kans dat er zich een ongeval voordoet. Gelukkig gaat het meestal om kleine ongevallen. Soms gebeuren er ook ernstigere ongevallen. Vaak brengt een ongeval chaos met zich mee. Toch is het net belangrijk om rustig te blijven en te proberen de chaos onder controle te houden. Wat je moet doen is daarom samengevat in vier stappen. Deze helpen je om de situatie goed in te schatten en op een gepaste manier hulp te verlenen:

    1. Veiligheid
    2. Vaststellen van bewustzijn en ademhaling
    3. Verwittig de hulpdiensten
    4. Verleen eerste hulp

    Hier lees je veel meer over het reageren in een noodsituatie.

  • Kan je weigeren (of is het verstandig om te weigeren) om de pers te woord te staan na een verkeersongeval?

    Het staat je natuurlijk vrij om al dan niet in te gaan op vragen van de pers. Toch is het vaak beter om zelf te communiceren, zo kan je de informatiestroom mee beheersen. Als groep is het goed één iemand aan te duiden als woordvoerder. Geef geen commentaar zolang er geen perswoordvoerder is aangesteld. Spreek duidelijk af wat wel en niet gezegd wordt in samenspraak met de hoofdleiding, koepelorganisatie en familieleden van de betrokkene(n). Hier kan je nog veel meer tips vinden!

  • Wie is aansprakelijk bij een ongeval?

    Dat wordt bepaald in de rechtbank. Aan de hand van de vaststellingen zal de rechter nagaan of de schade het gevolg is van een fout en wie die fout heeft gemaakt. Heel wat elementen spelen daarin mee. Hier lees je nog veel meer.

  • Wat is het noodnummer als je je buiten de Europese Unie bevindt?

    Binnen de Europese unie is het noodnummer 112. Buiten de Europese unie is er echter géén standaard-noodnummer: het kan van land tot land verschillen. Informeer je dus vooraf via website, reisgids….

Andere vraag?

Heb je vragen die hierboven of op deze site geen antwoord krijgen? Laat ze ons dan weten. Wij bezorgen zo snel mogelijk een antwoord en nemen je vraag eventueel op bij deze FAQ! Contacteer ons