Hoe en waar steek je over?

  • Gebruik altijd een oversteekplaats als die er is (verplicht te gebruiken als die zich op minder dan 30 meter bevindt).
  • Op kruispunten zonder verkeerslichten kan de groepsleid(st)er een overstekende groep signaleren aan het aankomende verkeer. Dat kan met het verkeersbord C3 (zie hieronder).  Aanwijzingen met het bord C3 mogen niet in strijd zijn met verkeerstekens of verkeersregels. Let op, het C3-bordje mag je niet gebruiken om het verkeer te doen stoppen. Je moet wachten tot de rijbaan vrij is en dan mag je het bordje gebruiken om je overstekende groep extra te benadrukken.

 

  • Oversteken doe je niet schuin over de rijbaan maar recht om de afstand van het oversteken zo klein mogelijk te houden. Daarbij mag de voetganger niet slenteren of onnodig blijven staan.
  • Een groep die oversteekt mag niet gebroken worden door andere weggebruikers, behalve bij een rood verkeerslicht voor die groep. Laat de groep daarom goed aansluiten.
  • Wanneer voetgangerslicht op rood springt tijdens het oversteken, dan mag de groep op het zebrapad verder lopen. Wie nog op de stoep staat, moet bij rood licht echter wachten, ook al maak je deel uit van een groep.

Opgelet: trams hebben voorrang, behalve als er verkeerslichten zijn.