Veiligheid

Bij een verkeersongeval moet je er altijd eerst voor zorgen dat de situatie veilig is. Kijk goed rond en vraag je af wat er gebeurd is, vooraleer je in actie schiet. Pas als de situatie veilig is, kan je naar het slachtoffer toe gaan. Zo vermijd je dat je gevaarlijke dingen niet hebt opgemerkt.

Zorg voor:

Veiligheid van jezelf

  • Blijf zelf rustig. Dat is belangrijk om op een goede manier hulp te kunnen verlenen.
  • Zet je eigen veiligheid nooit op het spel! Ga alleen dichter bij het ongeval als je dat kan doen zonder zelf gevaar te lopen.
  • Trek een fluovestje aan. Is er een auto betrokken bij het ongeval? Plaats dan een gevarendriehoek. Zet de motor van de auto af en doe de knipperlichten aan.
  • Leg gevaarlijke voorwerpen weg, zodat niemand zich eraan kan verwonden.
  • Zorg ervoor dat je niet in aanraking komt met bloed of andere lichaamsvloeistoffen van het slachtoffer, zoals speeksel of urine. Draag wegwerphandschoenen als dat kan.

Veiligheid van het slachtoffer

De algemene regel is dat je een slachtoffer nooit verplaatst. Doe dat enkel in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld bij brandgevaar. Evacueer een slachtoffer enkel als je dat kan doen zonder jezelf in gevaar te brengen!

Veiligheid van de omstaanders

  • Probeer omstaanders op een veilige afstand te houden. Soms kunnen ze in paniek zijn en in de weg lopen.
  • Je kan omstaanders inschakelen om je te helpen tijdens de hulpverlening. Geef hen korte, duidelijke instructies: vraag hen bijvoorbeeld om een gevarendriehoek te plaatsen.
  • Zorg ervoor dat de groep niet-gewonde kinderen snel verzameld wordt en naar een veilige plaats wordt gebracht.